Home
Menu
Zoek
Zoeken Annuleren

 

Alles in 1
Op Het Talent gaat gewerkt worden met de methode Alles in 1 in de groepen 4 t/m 8. Dit is een thematische methode. Met behulp van een groot aantal technieken en werkvormen die wisselend worden ingezet wordt een maximum aan effect en rendement bereikt.
 
Hetzelfde gebeurt met Totaalonderwijs: de beste ouderwetse en moderne didactische werkvormen en leermiddelen worden afwisselend ingezet, waardoor 21e eeuwse kinderen intrinsiek gemotiveerd leren wat ze moeten leren.
In de afgelopen eeuw hebben we veel geleerd over de voor- en nadelen van diverse
pedagogisch-didactische werkvormen en concepten. Bekend zijn o.a. Daltononderwijs, Ervaringsgericht onderwijs (EGO), Freinetonderwijs, Jenaplanonderwijs, Klassikaal onderwijs, Montessorionderwijs, Ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO), het Nieuwe Leren, het onderwijs aan Vrije scholen en aan Iederwijs-scholen.
 
Ieder concept heeft zijn waarde en zijn beperkingen, zijn voordelen en nadelen.
Totaalonderwijs verenigt het beste uit alle concepten en houdt tevens rekening met:
  • de groepsgrootte van de meeste klassen;
  • de werktijden en de capaciteiten van de leerkrachten;
  • de mogelijkheden van Nederlandse kinderen in deze eeuw;
  • nieuwe technische mogelijkheden, zoals computers, films, games en digi-borden.

Totaalonderwijs, wat is dat?

Om een idee te krijgen van de middelen die wisselend ingezet worden, volgt hier een
willekeurige en niet volledige opsomming:
  •  thematisch/projectmatig werken
  •  vele soorten vragen: open, gesloten, filosofisch, kritisch, reflecterend, etc
  •  eigen werkstukken (in groepjes)
  •  raadsels, moppen en quizzes
  •  interactief en coöperatief leren
  •  degelijke instructies
  •  zelfstandig werken: individueel, in tweetallen en in groepjes
  •  gedichten en informatieve teksten
  •  verhalen, waaronder de klassieken van vele culturen
  •  doe- en onderzoekactiviteiten
  •  dans, drama, muziek, tekenen, schilderen en handvaardigheid
  •  vèrgaande differentiatie
  •  computeropdrachten
  •  zelf fouten inzien en herstellen
  •  werken in teamverband met ieder een eigen taak en rol
  •  (powerpoint)presentaties verzorgen
 De leerkrachten zijn de regisseurs van dit totaalonderwijs: zij bepalen of, wanneer en in welke mate deze mogelijkheden worden ingezet. Door deze gereedschappen kunnen leerkrachten en leerlingen maximaal competent worden. Dat geeft diepgang, rust, motivatie en plezier. Ouders merken dit en zijn daar gelukkig mee.
 

De kerndoelen zijn verspreid over 20 projecten en Alles-Apart.

 
De 20 projecten zijn verdeeld in 5 groepen van 4 projecten:
 

Aardrijkskunde
Geschiedenis
Techniek Cultuur
Cultuur
Natuur
Nederland
Prehistorie, Romeinen
Bouwen
Voeding
Milieu, Kringloop
Europa
Middeleeuwen
Vervoer
Kleding
Dieren
Afrika en Azië
Gouden Eeuw
Energie
Kunst
Planten
Amerika, Australië
Moderne Geschiedenis
Communicatie
Geloof
Mensen

 

Ieder project duurt 5 weken (alleen het project Dieren duurt 7 weken).
 
Uitvoering van alle activiteiten kost ± 15 uur per week (= ± 60% van de lestijd).
 
In totaal vergen deze projecten 5 x 5 = 25 weken per jaar.
 
15 weken per jaar zijn projectloos. Gemiddeld gaat het om drie weken tussen twee
projecten. Daarvoor is gekozen vanwege de afwisseling en om de leerstof te behandelen die niet (volledig) in de projecten opgenomen is. Daarnaast is er in deze weken ook ruimte voor Kerst, Sint, schoolreis en afsluiting van het schooljaar.
 
 
Ieder project kent vier soorten activiteiten:
  •  projectboeken: behandeling films, teksten, spelling, Engels en (computer)opdrachten;
  •  werkstukken: uitwerken van één onderdeel van het thema (in groepjes);
  •  doe-opdrachten: leren-door-doen via leskisten met tipkaarten;
  •  expressie: dans, drama, tekenen, schilderen, handvaardigheid en muziek.
Deze activiteiten komen iedere week aan bod. Per project kan de invulling van de activiteiten sterk variëren.
 Ieder project is onderverdeeld in subthema’s. Iedere week één.
 De projectboeken beginnen wekelijks met een film, waarmee het subthema wordt ingeleid. Daarna volgen teksten, fictie en non-fictie, vaak ook gedichten en spelling.
De teksten kennen eerst een basistekst voor alle kinderen. Daarna volgt een Extra-tekst die kinderen zelfstandig behandelen, op het eigen niveau. Het wekelijkse subthema wordt afgesloten met Engels.
 
De projectboeken, de computeropdrachten en de toetsen zijn er in 6 niveaus:
niveau A is voor kinderen die nog niet goed en vlot kunnen lezen (vanaf AVI 5);
niveau B ligt op gemiddeld groep 5-niveau;
niveau C ligt op gemiddeld groep 6-niveau;
niveau D ligt op gemiddeld groep 7-niveau;
niveau E ligt op gemiddeld groep 8-niveau;
niveau F is voor de begaafde kinderen die daarboven uit komen.
Elk niveau is met en naast elkaar te gebruiken binnen één groep.
Het is dus zelfs geen probleem als alle niveaus in één groep gebruikt worden.
 
Iedere dag begint met een gezamenlijke activiteit.
Daarna werken de kinderen zelfstandig, in tweetallen of kleine groepjes, verder.
 
De cognitieve verwerking is afwisselend schriftelijk en op de computer.
De computeropdrachten zijn o.a. verwijzingen naar internetsites.
Via onze site zijn de links up-to-date en toegankelijk voor de leerlingen.
 
Ieder project wordt afgesloten met een quiz, een toets, een tentoonstelling en/of een opvoering. De expressielessen leveren de bouwstenen voor de afsluiting.
Tekst toevoegen ...